12 december 2018 Gebruikers online: 15
Agenda
Active creations

Zoektocht naar resten van ’t Olde Karkhof hervat

Geplaatst op: 7 oktober 2018

Tekst en foto: Teunie Rijfkogel

De begraven ridders, afkomstig uit de Slag bij Ane in 1227, laten Paul Rademaker maar niet los. Daarom hervat de Stichting Werkgroep Archeologie Regio Staphorst (SWARS) hun onderzoek naar ’t Olde Karkhof’ in Zwartewatersklooster. Met behulp van geavanceerde sonarapparatuur werd zaterdag de bodem in kaart gebracht. Maar leverde het ook wat op? 

“Dit gebied kent vele geheimen, maar vele zijn nog onbekend,” zo begint Rademaker raadselachtig. Al jarenlang is hij geboeid door de 149 ridders die, nadat ze zijn gesneuveld bij de Slag bij Ane in 1227, per boot terug zijn gebracht naar Zwartewatersklooster. Hij vertelt er dan ook geanimeerd over. “In oude overleveringen die ik gezien heb staat vermeld dat op ’t Olde Karkhof geen gewone burgers begraven mochten worden. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat de 149 ridders hier wel begraven hebben gelegen. Oude oorkondes uit het Overijssels archief wijzen in die richting.” Toch verwachten de onderzoekers vandaag geen ridders aan te treffen. “We hebben ook informatie dat de overblijfselen van de ridders hier hoogstwaarschijnlijk niet meer zijn. Wat we wel hopen te vinden zijn stenen restanten van het oude kerkhof. Dat zou een fantastische vondst zijn.”

De hoop dit te zullen vinden vloeit voort uit het verhaal van Johannes ten Klooster, die al van jongs af aan in Zwartewatersklooster woont. Hij weet te vertellen dat er volgens de oude Albert ten Klooster, zijn vader, altijd een paar grafstenen op het land bij de kolk hebben gestaan. Het gekke is alleen: van de ene op de andere dag waren ze verdwenen. Zou men er vanaf hebben gewild en ze in de kolk hebben gegooid? En zouden er nog meer zijn geweest dan de twee of drie die ten Klooster zich kon herinneren? Niemand weet het, waardoor ook de optie openstaat dat men de stenen hergebruikt heeft als bouwmateriaal, wat in die tijd regelmatig gebeurde.

Terwijl Rademaker en Spijk hun verhaal doen tegen de media, wordt per boot de bodem van de kolk in kaart gebracht. De aangebrachte sonarapparatuur maakt scans van de verschillende bodemlagen, die vervolgens middels een computerprogramma over elkaar heen geplaatst worden. Aan de hand hiervan kan men bepalen of er mogelijk iets op de bodem te vinden is. Na bijna een uur heen en weer varen is de bodem in kaart gebracht en worden de plekken bepaald waar verder gezocht moet worden. Dit wordt gedaan door drie mannen in duikpakken, die met lange prikstokken systematisch in de bodem prikken. Elk voorwerp waar ze op stuitten wordt vervolgens aan land gebracht en vluchtig bestudeerd.

Drie kwartier later is er echter niet veel meer naar boven gekomen dan glazen potjes, een drankfles, een paar stukken hout en een paar botten die vermoedelijk van een dier zijn geweest. Jammer, want het zou geweldig zijn geweest als de eeuwenoude aanwijzingen tot iets concreets zouden hebben geleid. Toch geven de betrokkenen het niet op. De fascinatie voor de rijke geschiedenis van Zwartewatersklooster en de vele geheimen die dit buurtschap met zich mee draagt, die blijft…

 

 

Gepubliceerd door Erik Driessen

Reacties zijn gesloten.

Aquaservice