29 mei 2020 Gebruikers online: 25
Agenda
Active creations

Het verhaal van Toon Slurink

Geplaatst op: 6 maart 2020

Herman Slurink vertelt het verhaal van zijn familie die in oorlogstijd actief betrokken was bij het verzet. Aanleiding is het plaatsen van een Struikelsteen in Kampen ter nagedachtenis aan zijn oom Toon die 75 jaar geleden op 8 maart 1945 door de Duitsers werd gefusilleerd bij Woeste Hoeve.

Opdat wij niet vergeten

Zondag 8 maart is het 75 jaar geleden dat onze oom Toon Slurink bij de Woeste Hoeve werd gefusilleerd. Op zaterdag 7 maart wordt voor de deur van Marktplaats 4 te Kampen, zijn laatste verblijfplaats, een Struikelsteen geplaatst. Dit gebeurt op initiatief van de Stichting Kamper Struikelstenen.

Omdat het verhaal dat leidde tot dit moment, begon in onze winkel aan de Handelskade leek het mij zinvol om ook voor Zwartsluis Actueel een aantal belangrijke facetten van deze geschiedenis te publiceren…opdat wij niet vergeten! Hiermee wil ik tevens benadrukken dat onze familie niet de enige was in Zwartsluis die verzet hebben geboden of op andere wijze diepe pijn en angst hebben geleden in deze waanzinnige tijd. Er zijn heel veel verhalen te vertellen. Zie dit verhaal als voorbeeld voor heel veel meer. De plaatsing van de Struikelsteen is echter een mooie aanleiding om de generatie van nu enig inzicht te geven in wat er tijdens de Tweede Oorlog plaatsvond vanuit de beleving van één gezin.

Niet één, maar tien leden van mijn vaders gezin waren actief betrokken bij het verzet tijdens de oorlogsjaren. Opa Koos was de grote drijfveer achter het verzet tegen het Nazi-regime.

Het verzet begon kort na de bezetting vanuit de scheepswinkel aan de Handelskade in Zwartsluis. Een van de eerste activiteiten was het verspreiden van verzetskrantjes. Toon Slurink woonde toen al in Kampen waar hij de krant ‘Strijdend Nederland’ drukte en bezorgde. De broers en zussen alsook de aangetrouwde familie zorgden voor de verspreiding van bonkaarten en verleenden onderduikers een gastvrij onderdak.

Een bijzonder gegeven is dat o.a. de toenmalige burgemeester van Zwartsluis Jan de Koning onder gedoken zat bij Ele Visserman en tante Ans. Oom Ele werd opgepakt en zag kans te vluchten tijdens het transport naar de gevangenis.

Alle broers zijn één of meerdere keren in de gevangenis beland. Oom Henk, de jongste, werd tenslotte uit Kamp Westerbork bevrijd. Oom Pouwel zat op een gegeven moment met zijn hele gezin ondergedoken.

Aan de hand van enkele passages uit het verhaal van mijn vader Herman, die vier jaar gevangen heeft gezeten, zal ik proberen enig inzicht te geven in wat er destijds gebeurde. Mijn vader vertelde zijn verhaal voor het eerst aan vreemde ogen, de journalist Roel Kleine van de Zwolsche Courant. Dit was 50 jaar na de bevrijding en werd gepubliceerd in februari 1995. Dat wij hem hierna als kinderen ook beter leerden begrijpen laat zich raden.

Het lijden begon voor Herman op 26 juni 1941. Hij was naar zijn zeggen rustig aan het werk in de zaak van zijn vader aan de Handelskade in Zwartsluis toen plotseling de Duitsers binnenstormden. Die hadden van de provocateur Anton van der Waals te horen gekregen dat de Slurinks in Noord-West Overijssel de verspreiders waren van het ‘illegale’ Vrij Nederland. Via de vertegenwoordiger Jan Willem Stoppelenburg van de Verenigde Touwfabrieken waren Herman en zijn broers aan die heimelijke onderneming begonnen. Het verzet zat er meteen na de inval in. Volgens mijn vader was het een innerlijke drang om te strijden tegen dit onrecht, tegen die goddeloze regering. Het viel niet mee want je moest enorm oppassen voor de NSB’ers. Aanvankelijk dacht Herman dan ook dat ze waren verraden door een plaatsgenoot, maar dit bleek een misvatting.

Van der Waals , een gevreesde handlanger van de Duitsers, was geïnfiltreerd in de groep van tien die het verzetsblad verspreidden.

Bij de inval vonden de Duitsers niets, maar toch werden Herman, zijn oudste broer oom Pouwel en zijn jongere broer oom Jan meegenomen via het gemeentehuis naar Kampen en snel daarop naar het Huis van Bewaring in Zwolle en vervolgens naar het beruchte Oranjehotel in Scheveningen. Daar verkeerde Herman in gezelschap van o.a. luchtvaartpionier Albert Plesman van de KLM.

Mijn vader werd twee keer veroordeeld. Eerst zes maanden gevangenisstraf dat later werd omgezet in levenslang. Het oproepen tot sabotage tegen de Duitsers werd hen zwaar aangerekend. Hij nam manmoedig alle schuld op zich om zijn getrouwde en jongere broer te vrijwaren van verdere nadelige gevolgen. Mijn vader had nog geluk zei hij: “Wij stonden met zijn tienen terecht en drie van ons kregen de doodstraf. Van Stoppelenburg, Bolk en Cats zijn later gefusilleerd. De broers Pouwel en Jan waren na twee weken weer thuis. Voor mijn vader begon een lange, lange lijdensweg van vier jaar. Hij verrichtte geestdodende arbeid in de gevangenis van Lüttringhausen met als dagelijks eten soep en hard brood waarop hij de tanden letterlijk brak.

Een jaar lang zat hij helemaal alleen in de cel en zijn enig contact met thuis bestond uit briefwisselingen. Mijn vader heeft zijn vader nooit weer gezien. Opa overleed in 1944.

Ook oom Toon heeft hij niet weer ontmoet.

Toon Slurink woonde al in Kampen, waar hij zelf de krant “Strijdend Nederland” drukte. De eerste keer dat Toon in handen van de Duitsers viel was in het eerste oorlogsjaar. Drie maanden heeft hij vastgezeten in Kampen. Via tante Hester weten wij hoe de Duitsers eerder hadden geprobeerd om Toon uit de weg te ruimen door hem een bom te laten demonteren. Door zijn werk in het verzet was hij vertrouwd geraakt met wapens en het was hem gelukt de bom onschadelijk te maken.

Aan de hand van een getuigenis van Betsie van Dijk-Blei  (1906-2008) dochter van slager Blei in Zwartsluis en getrouwd met Hilbert van Dijk een bakker uit Kampen, komen we te weten hoe Toon uiteindelijk in januari 1945 op ontzettend trieste wijze weer in handen van de Duitsers is gevallen..

Hilbert van Dijk raakte ook vrijwel direct betrokken bij het verzet. In juli 1944 werkt hij samen met Johannes Post aan de voorbereiding op een overval op het Huis van Bewaring in Amsterdam. Er waren aanwijzingen dat er verraad in het spel was maar Johannes zette de bevrijdingsactie door en Hilbert liet hem niet in de steek. Zodra de KP’ers het Huis binnenkwamen werden ze opgewacht door een overmacht van de SD en hadden geen schijn van kans. Hilbert, Johannes en nog 13 anderen werden op 16 juli 1944 doodgeschoten in de duinen bij Overveen. Betsie was 37 jaar toen zij achterbleef met drie kinderen van negen, zes en een half jaar oud.

Ook na de dood van Hilbert bleef de bakkerij een haard van verzet. Op de eerste vrijdag van januari 1945 werd er weer huiszoeking verricht. Oudste zoon Lucas herinnert zich dat de Duitsers de woning binnenkwamen en dat iedereen in de woonkamer bij elkaar werd gezet onder bewaking van een mof met pistool. Eén voor één moesten de volwassenen mee naar boven. In de woonkamer was te horen hoe hard er boven werd ondervraagd.

Daar bevond zich ook een tas met belastende papieren. Uiterlijk rustig en kalm stelde Betsie vast dat het tijd werd om pap te gaan koken. De bewaker ging akkoord, waarna Betsie de kachel opstookte. Behendig werkte ze de papieren weg in de vlammen die oplaaiden onder haar pap.

Toen kwam, nietsvermoedend, Toon Slurink binnen lopen. Hij stencilde in zijn kelder het illegale krantje “Strijdend Nederland”. Hij kwam langs om te vragen of Lucas voor hem groente kon ophalen. Daarvoor moest je de brug over en dat was voor hem te gevaarlijk met het oog op de controle posten daar. Toon werd gearresteerd en meegenomen naar Zwolle.

Toon Slurink behoorde tot de groep die kort daarop op 8 maart 1945 bij Woeste Hoeve werd geëxecuteerd na de aanslag op Rauter. De represailles waren hard en meedogenloos. 274 mannen werden doodgeschoten.

Toon werd vanuit Kampen begraven in Zwartsluis. Op bijgaande foto wordt zijn stoffelijk overschot op een legervoertuig geplaatst en lossen soldaten saluutschoten.

De Stichting Kamper Struikelstenen vond het een goed moment om 75 jaar na dato deze steen te plaatsen en ik denk dat ik namens de familie wel mag zeggen dat wij hier enorm dankbaar voor zijn. De Struikelsteen in Kampen, het oorlogsmonument van Toon en Jacobus de Goede in Zwartsluis en het monument bij Woeste Hoeve waarin zijn naam staat gegraveerd doen ons blijvend herinneren aan een voorgeslacht dat opkwam voor vrijheid en recht. Een voorgeslacht waarvan wij deze verhalen grotendeels pas veel later vernamen omdat het vaak te moeilijk was om het ergste leed dat diep verborgen in de ziel lag opgeslagen in woorden naar buiten te brengen.

Vandaag vangen wij weer signalen op van haat tegenover Joden of andere minderheden. Het is daarom belangrijk dat deze verhalen verteld blijven worden ter voorkoming van ontwikkelingen die tot soortgelijke situaties kunnen leiden. Opdat wij niet vergeten.

Gepubliceerd door Erik Driessen

Reacties zijn gesloten.

Aquaservice