23 september 2021 Gebruikers online: 16
Agenda
Active creations

Beth Haim (column Herman Slurink)

Geplaatst op: 6 februari 2021

Als lezer van ‘Zwartsluis Actueel’ bent u inmiddels misschien vertrouwd geraakt met mijn columns over de schitterende natuur in onze regio en de ‘Kop van Overijssel’.

Daarnaast publiceer ik met enige regelmaat via Facebook korte verslagen van mijn zwerftochten langs middeleeuwse kerken en andere bijzondere mystieke plekken in Groningen en Friesland, maar ook in Drenthe en onze regio. Dit gebeurt niet in opdracht van een bepaalde instantie of media, maar is geleidelijk aan ontstaan door een combinatie van cultuur historische interesse en bijna 40 jaar vrijwilligerswerk op spiritueel/religieus gebied.

Gaandeweg leerde ik de waarde van de combinatie woord en beeld kennen. Hoe bijvoorbeeld een foto van een boomstronk met de juiste lichtval een piëta kan verbeelden en bij iemand tranen kan oproepen.Kijken met andere ogen is mijn motivatie en zonder enige druk of dwang ben ik hier mee doorgegaan en ik merk dat deze werkwijze mij bijzonder inspireert en dat de publicaties bemoedigende reacties oproepen. Onverwachte wegen openen zich.

Afgelopen donderdag bezocht ik een wel heel bijzondere plaats. Zó bijzonder dat ik deze graag een keer wil delen via de plaatselijke digitale krant.  Ik neem u mee op een reis waarin een echo doorklinkt van 5781 jaren geschiedenis.

Onder het verslag treft u een impressie in beeld.

Beth Haim, Huis des levens

Tijdens mijn zwerftochten vinden er regelmatig onverwachte ontmoetingen plaats met totaal vreemde mensen waarbij het lijkt of je elkaar al een leven lang kent. Vanuit een gedeelde interesse wissel je tips uit en zo ontstond mijn plan voor een reeks speurtochten naar Joodse begraafplaatsen.

Mede ook naar aanleiding van ‘75 jaar Bevrijding’  werd dit ingegeven. Onder de titel ‘Opdat wij niet vergeten’ hoop ik deze met de tijd vorm te geven.

Zo werd ik ook attent gemaakt op het bestaan van de oudste Joodse begraafplaats in de Westerse wereld, die van de Portugese Israëlische Gemeente van Amsterdam in Ouderkerk aan de Amstel. Rond 1600 vestigden deze eerste Sefardische Joden (afkomstig uit Portugal en Spanje) zich in het vrije en tolerante Nederland en stichtten er hun synagoge. Zij werden uit hun eigen land verdreven omdat zij middels martelingen en vernederingen werden gedwongen zich tot het Christendom te bekeren…..God…wat een immense triestheid toch telkens weer.

Sefardische Joden vormen een kleine minderheid in het Jodendom, ze hebben een eigen uitspraak en volgen eigen riten.

Al bijna 400 jaar worden de leden van de gemeente hier begraven en naar Joods gebruik blijven deze graven onaangeroerd, dus ook nú nog. De begraafplaats herbergt het duizelingwekkende getal van 28000 graven, waaronder het merendeel sober en liggend in ononderbroken rijen onder donkere dekplaten. Maar ook zijn er rijk gedecoreerde marmeren zerken te vinden vol symboliek en mythische taferelen. Sarcofagen en tombes liggen her en der verspreid in drassige grond pal naast een zijtak van de Amstel.

Vanuit de hele wereld reizen Joden naar deze plek en laten steentjes achter op het graf als eerbetoon en bevestiging van het bezoek. Het beeld van de lange rij nabestaanden voor het graf van Oscar Schindler aan het slot van de film Schindler’s List borrelt op en ik hoor de begeleidende muziek en voel diepe ontroering bij het zien van de steentjes.

Iets van de ongewijzigde staat sinds 400 jaar zie je weer op het schilderij ‘De Joodse begraafplaats” van schilder Jacob Isaackszoon van Ruisdael dat dateert van 1650. De tombes liggen nog op exact dezelfde plek.

De overledene werd de eeuwen door vanuit de synagoge in Amsterdam via de rivier met een begrafenisschip overgevaren. Men meerde aan bij de aanlegsteiger voor het reinigingshuis (1705), ook wel het Rodeamentoshuis genoemd (Huis der Ommegang), daar werd hij of zij opgebaard waarop een rituele reiniging volgt.

Er valt nog oneindig veel meer over te vertellen, maar hiervoor verwijs ik naar de website van Beth Haim.

De lucht is vrij donker maar zit niet potdicht  en af en toe valt een streep zonlicht over deze oude stenen die jaartallen prijsgeven uit het begin van de mensheid. Mordechai Cohen, overleden in 5612, Samuel in 5422. Eliahu, Abraham…alsof het Oude Testament nog moet worden geschreven. Het doordesemt je aderen en werkt op je gemoed.

Ik sta op drassige bodem. De regen van de laatste dagen heeft het glooiende terrein verzadigd. Her en der bloeien honderden sneeuwklokjes rond de graven, het wordt Lente.

Ik stel het nog net zonder laarzen en laveer tussen tombes uit de ‘Gouden Eeuw’ met marmeren dekplaten die ondanks het Bijbelse verbod op afbeeldingen rijk zijn versierd met Bijbelse taferelen. Zij dateren uit de ‘Gouden Eeuw’. Ik loop in een surrealistische wereld en voel me opgenomen in een tijdlijn van het jaar 0 tot 5781, aldus de joodse telling.

‘We worden naakt geboren en zullen ook naakt tot God terugkeren’ is een Joods basisprincipe. In het algemeen zijn de graven dan ook eenvoudig en sober op die van de rijke vrijdenkers na en die maken het cultuurhistorisch dan weer bijzonder boeiend om door deze eeuwen heen te struinen.

De bakker bij de brug kijkt dagelijks uit over deze bijzondere graven…’nooit last van de overburen’ grapt hij ‘en voor eeuwig vrij uitzicht’ komt er nog achteraan. Ik haal er een kop koffie met een appelkoek om dit half zittend op de brugleuning te nuttigen. Mooi dat dit in deze lockdowntijd nog kan.

Op de kassabon staat ‘4-2-2021’ maar ik denk ‘sjevat 22 adar 5781’…. De menhirs in Carnac  zijn zo’n 5000 jaar oud….er gaat van alles door me heen.

Klokgelui klinkt uit de nabij gelegen Katholieke kerk vijftig meter verderop en, hoe is het mogelijk, een lijkkist wordt de kerk uitgedragen gevolgd door een kleine bloemenrijke stoet. Ze verdwijnen achter de kerk uit het zicht. De grens tussen het realistische en surrealistische lijkt steeds meer te vervagen.

Wat overkomt me toch allemaal de laatste tijd, hoe dingen samen vallen op momenten dat je je meer bewust bent van het bestaan, het wérkelijke Leven. Je vertoeft ergens met je gedachten en ineens schuift een abstracte asociatie aan je oog voorbij, geen enkel signaal vooraf, maar naadloos passend in een gedachtenstroom van dat moment. Als een soort bevestiging dat je met je zoektocht op het goede spoor zit…en dat in een tijdsbestek van een kop koffie. Het verontrust niet, in tegendeel…er klinkt juist een echo in door dat er meer is tussen hemel en aarde dan we amper vermoeden.

Voorbij het Reinigingshuis vind ik het eenvoudige 4/5 mei oorlogsmonument. Het is opgericht ter nagedachtenis aan alle Joodse medeburgers die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen om het leven zijn gekomen en geen laatste rustplaats op deze begraafplaats hebben gevonden. Het beeldhouwwerk van Frank de Miranda werd in 1947 onthuld. Voor het monument ligt een urnenveldje met aan weerszijden een rij met 12 kleine marmeren stenen die de gemeenteleden herdenken die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Kamp Westerbork zijn overleden en aldaar tegen het joodse gebruik in werden gecremeerd.

Ik speur verder over de dodenakker, ook zo’n mooie naam…akker staat voor bloei en voeding. De graven worden naar joods gebruik niet geruimd, zij zijn ‘eeuwig’. Zo kan het gebeuren dat je al struinend het gevoel hebt zelf dekstenen te ontdekken, verborgen onder riet en tussen dichte begroeiïng, of dwars doormidden gebroken door de kracht van de wortels van een boom. Andere stenen liggen in puin of schots en scheef weggezakt in de aarde.

Na ruim twee uur rondzwerven zie ik het wolkendek oplossen en de zon breekt steeds vaker stralend door. En zo komt het dat ik de ronde nog een keer maak, nu met meer Licht zodat ik deze plek in tijdloze sferen van licht en donker mag weergeven in de hoop dat het iets mag oproepen van een besef van eeuwigheid en verbondenheid met dit oeroude volk. BETH HAIM…..HUIS DES LEVENS.

Herman Slurink

Gepubliceerd door Robert Jansema
Aquaservice