23 september 2021 Gebruikers online: 20
Agenda
Active creations

Galerie de Natuur (column Herman Slurink)

Geplaatst op: 13 februari 2021

Half maart 2013 raasde er een oosterstorm over de Wieden en dat leverde toen vooral aan de Sint Jansklooster-kant van de Beulaker prachtige ijssculpturen op. Deze ontdekte ik toen bij ‘toeval’ tijdens het zwerven langs de oever nadat het riet was gesneden.

Ik zat me dan ook al bij voorbaat te verkneuteren bij de weersvoorspellingen die vorige week rijkelijk werden rondgestrooid. Nova Zembla naderde en de waarschuwing code rood dreigde nog te worden overtroffen….donkerrood.

Een run op de supermarkten en andere essentiele winkels volgde, extra voedsel, drinken en closetpapier werd ingeslagen. Er brak nog even paniek uit want waar koop je in deze lockdown tijd een sneeuwschuiver, bij de bakker of bij de Urker visboer?? Die zijn nog open.

Huishoudens die inmiddels van het gas af waren isoleerden de laatste kieren, je weet maar nooit met zo’n warmtepomp. Keert de winter dan toch terug?

Met dat de avondklok inging was het land verlaten en heerste overal een ijzige stilte. Kaarsen brandden sfeervol in menig huiskamer en de boeken van W.G. van der Hulst werden ergens uit een verborgen hoekje van de zolder gehaald. Om het half uur raadpleegde men de laatste weersverwachtingen via de smartphone. Over een tijdspanne van enkele uren zou de oostenwind bij een temperatuur van min 5 graden aanzwellen tot stormachtig en zware sneeuwbuien met zich meevoeren. Ook de brievenbus werd nog eens dichtgeplakt.

De vooruitzichten voor de week die volgde garandeerden een stevige ijsvloer. De schaatsen stonden klaar. It giet oan…..of met andere woorden “wij kunn’weer noar de Belt”.

Toen ik ’s nacht de storm rond ons huis tekeer hoorde gaan en we de volgende morgen vanwege de sneeuwduinen ingesloten zaten schoot mij het beeld te binnen waarmee ik deze column begon.

Ik denk dat er afgelopen zondag niet veel mensen zijn geweest die met het idee rondliepen om eens bij de Wieden te gaan kijken of er zich ook ijssculpturen hadden gevormd. Ik opperde voorzichtig iets richting mijn geliefde….”ben je wel goed wijs, code rood en jij moet zo nodig de weg op?, sneeuwschuivers rijden af en aan!!!”.

Ik heb al wel eens vaker gezegd, dat als iemand mij ergens in de auto langs de weg vindt of in het moeras, dat mijn laatste blik dan wel gericht was op een mooie vlucht vogels, een aandacht trekkende wolkenpartij, een kerktoren of een ander natuurlijk fenomeen.

Om kort te gaan, geduld is een beproeving en het voelt soms als dorst in een oneindig brandende woestijn.

Dinsdag waren de omstandigheden gunstig genoeg om te gaan struinen en ik wist waar te kijken. Het was meteen raak. In tegenstelling tot de vorige keer joeg nu ook sneeuw met de storm mee en kon ik bij een eerste inspectie mijn ogen niet geloven. De oostenwind had het water zo hoog opgestuwd dat zelfs de struiken waren ingekapseld in ijs….alsof het in een toverslag was gebeurd.

De vegen sneeuw tekende gezichten en bevroren zaad vormde ogen, ik zag de vrouw van Lot als een zoutpilaar staan in een wereld vol met de meest sprookjesachtige en fantasierijke sculpturen in duizenderlei kleuren, maten en vormen. Ik wist genoeg…deze lopen voorlopig niet weg…wachten op voldoende Licht, want zonder licht is alles transparant en grijs en vallen de details weg.

Enig obstakel waren de spiegelgladde keien die de dijk op de plaats moeten houden en het ijs op de Belter Wiede is nog luchtig als een reep Bros…“Denk aan je collega en gezin voordat je hier halsbrekende toeren gaat uithalen”.

En zo wachtte ik, nu wel geduldig, op het juiste moment en de beelden vormden zich in mijn hoofd.

Drie keer ben ik er geweest en drie keer trof ik een totaal andere wereld. Ik mocht de zon langzaamaan zien wegzakken over de sculpturen, maar ook was er het volle zonlicht in de middag met haar scherpe schaduwen die de sneeuw onwaarschijnlijk mooi blauw kleurden.

Afgelopen woensdagmorgen kwam de zon voor het eerst sinds tijden helder op na een steenkoude nacht. Ik was er net voor die tijd en wist niet waar ik kijken moest. Ik kon nu op het ijs staan en had, net als in het theater, zicht op een kilometer lange rij ijssculpturen in een haast permanente wisseling van kleuren bij iedere centimeter dat de zon steeg. Zo onwaarschijnlijk mooi. Ik stond en keek… en pinkte een traantje weg…pure emotie door zoveel schoonheid. Een Gift.

Dit gevoel werd nog eens versterkt doordat het aan de overkant, op de strekdam, al behoorlijk druk begon te worden met vroege schaatsers en ik stond en liep hier helemaal alleen. Het ijs aan de overkant is spiegelglad en deze oostkant golvend en ruw…daar komt geen sterveling. Je kunt dus maar zo aan het paradijs voorbij lopen….. iets om over na te denken.

Ik vind het prima en koester deze ‘geheime’ plek. Want de sculpturen zijn als porselein, fijn gevormd en uiterst breekbaar.

Met steenkoude tenen en stijve vingers schuifel ik over het ijs voorbij de langgerekte Galerie van de Natuur. Soms lig ik op de buik om de juiste sfeer te vinden,  breek net mijn benen niet en zak met één been weg in het broze ijs langs de kant. Het maakt me niets uit, deze kans is eenmalig.

Ik zie kuddes olifanten voorbij trekken, prinsen en prinsessen zwaaien mij toe en ik zweef mee met engelen en elfen. Het is de wereld van “The Lord of the Rings” met Rivendel en de oprukkende glibberige orks. Ik zie een oude man voortstrompelen op een smalle weg die langzaam stijgt tussen hoog oprijzende rotsen, zijn houding verraadt een moeilijke gang. Bloemen en varens in de meest bizarre vormen……..ik zou zeggen…kijk mee, het liefst op computerscherm en ik hoop dat jullie er net zo van genieten als ik. Hoe langer je kijkt hoe meer je ziet. Ik heb geen woorden meer……of toch.

Ineens besef ik dat al deze kunst gaat zoals het gekomen is….weer samensmeltend met de Grote Belter.

En als ik dan op een stille zwoele voorjaarsavond aan de oever sta en uitkijk over het spiegelende wateroppervlak…dan zie ik zwevende engelen al spelend en dansend met elfen en dolfijnen ……en voel miljarden miets’n. In alle volmaaktheid blijft er altijd wel iets over dat je plaagt.

Herman Slurink

Gepubliceerd door Robert Jansema
Aquaservice