Advent: Innerlijk Licht (Column Herman Slurink)
Geplaatst op: 29 november 2025
Dat het duister zich kan voordoen als het Licht is iets dat mij altijd heeft beziggehouden.
Is alles wat ons wordt voorgeschoteld wel de waarheid — en kan de ‘Waarheid’ ook liegen?
Klopt de geschiedenis zoals wij die op school hebben geleerd?
De schellen vielen mij als puber al van de ogen toen ik las over vermoorde Indianen door Europese kolonisten en Pilgrim Fathers, veelal met de Bijbel in de hand.
De slavernij, wat er in Indonesië is gebeurd, en zoveel meer.
Hoe kwam Hitler aan de macht, en hoeveel Nederlanders en andere Europeanen werkten van harte mee aan het drama van de Holocaust?
Een eindeloze rij van oorlogen en zinloze moordpartijen, veelal onder het mom van religieuze gelijkhebberij — en het houdt niet op.
Ik ben geen mens die meteen met vlaggen zwaait zodra er weer een oorlog wordt ontketend.
Niets gebeurt zonder oorzaak en gevolg.
En dáár, in het Midden-Oosten, is het een broeinest van conflicten — een kluwen van haat, wraak en leugens.
Ik ben inmiddels zover dat ik op geen enkele manier kan en wil geloven dat een God van Liefde hier ook maar iets mee van doen heeft.
Zoveel eeuwen vol beloften, maar de mensheid lijkt terug bij af.
Ik zie de geschiedenis als één voortdurende oorlog tussen materie en geest.
Juist in het Midden-Oosten, dat de bakermat van het Licht zou moeten zijn, regeert het duister.
“Aan de vruchten kent men de boom.”
Bommen in plaats van appels.
Het is Adventstijd — een periode waarin men uitziet naar de komst van het Licht.
Maar ten diepste verbaas ik mij dat het hier om uitzien gaat, terwijl dit Licht er al meer dan tweeduizend jaar ís.
Waar wachten we nog op?
Wordt het “Woord dat in de wereld” kwam wel goed begrepen?
Zou Advent niet méér een bezinning op ons eigen handelen moeten zijn — in hoeverre wij zelf een licht in het duister zijn?
Wie goed luistert naar de Drager van dit Licht, hoort dat dit Licht ook in ons aanwezig is.
Uitzien wordt dan inzien, en we zullen ons dus eens goed achter de oren moeten krabben waarom het bij uitzien blijft.
Duizenden uiterlijke kaarsen en kunstlicht leiden af van het altijd aanwezige innerlijke Licht.
Meer dan tweeduizend jaar Kerst — en nóg is er oorlog, haat en nijd.
Het Licht en het beloofde Koninkrijk ontgaan de mens zolang hij niet inziet dat hij het zélf van binnen naar buiten moet brengen.
Ik luister nog maar eens naar de woorden van dit “Licht dat in de duisternis kwam”:
“Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.”
“Mijn Koninkrijk is niet zichtbaar voor het menselijk oog.”
“Mijn Koninkrijk werkt niet met wapens, het voert geen oorlog.”
“Mijn Koninkrijk is onder jullie; het is binnen in jullie, in je hart.”
“De tijd is voorbij waarin mensen God aanbidden in de stad Jeruzalem.”
“Nu zullen de ware aanbidders God aanbidden in geest en waarheid, want God is geest.”
“Ik bid dat u innerlijk vol licht zult zijn.”
En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Mooie gedachten van een Vredevorst, zoals hij ook wordt genoemd — en ja, van zulke beloften zijn machthebbers niet gediend.
Zie de aard van de aanklacht tegen hem, en het vonnis dat daar op Goede Vrijdag op volgde.
Leugens en manipulatie — er is niets nieuws onder de zon.
“Aan de vruchten kent men de boom.”
INNERLIJK LICHT
Welbeschouwd is het aan ons
dat het duister geen waarde heeft —
waardeloos
Welbeschouwd is het aan ons
dat het duister geen toekomst heeft —
uitzichtloos
Welbeschouwd is het aan ons
dat het duister geen bron heeft —
oorsprongloos
Welbeschouwd is het aan ons
het duister geen macht toe te kennen —
machteloos
Welbeschouwd is alle duisternis tezamen
niet in staat één kaars te doven —
krachteloos
Welbeschouwd is het aan ons
de innerlijke kaars te laten branden —
eindeloos
Herman Slurink, Zwartsluis




