17 januari 2026
Gebruikers online: 0

Een Sluziger kerstverhaal in woord en beeld

Geplaatst op: 20 december 2025 Gepubliceerd door: Enrico Kolk

In de stilte van de vroege ochtend van 9 mei 2025, betreedt Herman Slurink de Hervormde Kerk van Zwartsluis. Wat begint als een vertrouwde waarneming verandert in een reis door tijd, licht en geloof — tot een oude vertrouwde heilige zich onverwacht en meerdere malenlaat zien. Wordt hier het zaad geplant naar een Lourdes aan het Zwartewater? Zover zal het wellicht niet komen. In een tijd van onrust en verdeeldheid openbaart zich een onverwachte boodschap van hoop en vrede.

De terugkeer van Maria in de Hervormde kerk van Zwartsluis

Op kerkenpad in eigen dorp

Het voelt anders, vreemder dan in den vreemde. Het is zes uur in de ochtend en de zon zendt haar eerste zachte licht over de Zomerdijk en licht de eerste huizen in de Kerkstraat aan. Ik voel nog eens in mijn broekzak of de sleutel er nog zit, hij zou ook van onze achterdeur kunnen zijn. Het gouden ochtendlicht schept iets van een droomwereld waar werkelijkheid en verbeelding op een speelse manier door elkaar heen lopen. Het zal nodig zijn op dit uur, dat de klinkers in de straat vervormen tot kasseien en de kerk vervaagt tot een kapel zoals eens in de vroege middeleeuwen. Of dromen bedrog zijn, is aan de lezer. Het ochtendlied van de merel is in ieder geval nooit anders geweest.

Na meer dan 200 bezoeken aan en verslagen over veelal middeleeuwse kerken in Groningen, Friesland, Drenthe en een enkele in Overijssel en Gelderland, kreeg ik regelmatig de vraag: “Vergeet je de Hervormde Kerk in Zwartsluis niet? Die dateert van 1604, dat is toch ook haast middeleeuws?!” Tsja, daar zeg je wel wat. Mijn gevoel daarbij was dat in een vreemde kerk je de sferen onbevangen op je af kunt laten komen. In het eigen dorp, waar je de kerk al vele malen van binnen hebt gezien, zal dat anders zijn, … of toch niet?

Via de toegangsdeur tot de consistorie kom ik de kerk binnen. Het is niet de geur van schimmel, wax en het stof der eeuwen dat je tegemoetkomt; hier lees je bij binnenkomst de namen der eeuwen. Een groot wandbord vermeldt een lange lijst van predikanten die hier hebben gestaan. In het midden van het bord lees je een kort historisch overzicht over de bouw van de kerk, de torenklokken en het orgel. De eerste naam dateert van 1579-1583: Jacobus Strijdonck. Hij was de laatste katholieke pastoor van Zwartsluis en tegelijk de eerste predikant na de Reformatie, met andere woorden: we hebben hier met een bekeerde katholiek te maken. Hij leidde na zijn examen in de calvinistische theologie in 1579 de overgang van katholiek naar hervormd in Zwartsluis. Daar ging ons carnaval.

Waar droom en geschiedenis elkaar raken

De Kerkstraat is smal en er is slechts één venster in de oostelijke muur dat het vroege ochtendlicht van de lage zon doorlaat. De rest ligt verstopt achter de muren van de buren. De eerste schimmen glijden binnen en trekken de aandacht weg van de predikers, van wie de woorden allang in het universum zijn opgelost. De laatste op de lijst dateert van 2017. Het woord is nu aan de stilte, de droom en de verbeelding. Ik zoek een plek op de bovengalerij pal naast het enige venster dat het opkomende licht uit het Oosten ontvangt en in diverse kleurschakeringen verder de kerk binnenleidt. Het zijn dit soort sferen die de eeuwen doen spreken.

Wie schuift daar langzaam voort over de vloer van oude zerken die afkomstig zijn van het geruimde kerkhof aan de noordzijde? Meteen schiet mijn gedachte naar de bekeerde pastoor Jacobus Strijdonck. Dit moet hem toch wel zijn. De gestalte draagt een zwart gewaad alsook een biretta, zo’n hoofddeksel met een kwastje erop (foto 013 en 014). Heeft hij spijt? Het zet mij aan het piekeren. Jacobus heeft nog twee jaar calvinistische preken kunnen houden in de middeleeuwse en voorheen roomse kapel. Deze werd in 1581 tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) gesloopt. De Reformatie, de strijd tussen protestanten en katholieken, lag aan de basis van deze oorlog. Kan de kapel ook uit religieuze motieven zijn vernietigd? De Beeldenstorm (1566) lag nog vers in het geheugen.

Nee, nader onderzoek toont aan dat Staatse troepen onder leiding van Hans Stuper, die de Fortresse Zwartsluis als uitvalsbasis gebruikten tegen Spaanse troepen bij Steenwijk (1580), de tactiek van ‘verschroeide aarde’ toepasten toen ze zich terugtrokken. Daarbij brandden ze het dorp inclusief de middeleeuwse kapel plat. Daarna werden de restanten “afgebroken en de grond uitgegraven” en gebruikte men het bouwmateriaal voor de versterking van de vestingwerken. Toen Strijdonck in 1583 naar IJsselmuiden vertrok liet hij dus een gemeente zonder kerk achter, een situatie die ruim 20 jaar duurde. Het bord vermeldt dat voor die periode toch nog vier predikanten dienst hebben gedaan. Waar die diensten werden gehouden is vooralsnog niet bekend.

In 1604 begon de bouw van een nieuwe kerk die werd neergezet op de resterende fundamenten van de oude kapel; dit gebouw vormt de basis van de kerk waarin ik nu zit te piekeren. Die oude middeleeuwse kapel blijft me namelijk bezighouden. Zou de kapel vóór de vernietiging ook gewijd geweest zijn aan een patroonheilige? Dit was wel gebruikelijk maar het staat nergens beschreven. In Hasselt is dit nog steeds St. Stefanus. Ik geef het antwoord maar over aan de sferen. Ondertussen vervolgt Strijdonck zwijgend zijn weg en verdwijnt in een wereld van helder wit licht.

De gesluierde Maagd verschijnt

Ook de vensters in de zuidwand vangen steeds meer schamplicht dat wordt opgevangen door de helder witte nissen waardoor wisselende kleuringen de ruimte binnen glijden. De gewenste droomwereld wordt reëel. Iets dwingt mij naar de wand voorbij de hoofdingang te kijken waarlangs het zonlicht een gouden gloed tevoorschijn tovert en zelfs een flikkering tekent. Mijn hart slaat over. Het lijkt alsof een gesluierde vrouwspersoon door een vlammende ruimte schuift en langzaamaan opgaat in een soortgelijk helder wit licht als waarin Strijdonck verdween (foto 017 en 018). Ik volg haar gang en ergens vanuit de krochten van de ziel komt de naam Mons Sanctae Mariae ofwel het Mariënbergklooster bovendrijven – het verdwenen klooster in Zwartewatersklooster dat gewijd was aan Onze Lieve Vrouwe Maria, de aardse moeder van Jezus. De kapel in Zwartsluis stond in nauw contact met dit klooster en ging door oorlogshandelingen in vlammen op. De gang van de gesluierde vrouw door de vlammen naar het helder witte licht…, kippenvel van top tot teen. Wil dit beeld zeggen dat de kapel van Zwartsluis tóch een patroonheilige had en niemand minder dan Maria? Nog even en dit wordt een Kerstverhaal.

Er schuilt iets verzoenends en vredigs in de voorstelling dat zich hier voor mijn oog voltrekt en vanuit het ongeziene wordt geregisseerd. Moeder Maria en de pastoor/predikant Strijdonck, ze gingen nog net niet gearmd. Deze kerk, gebouwd op de fundamenten van de moedwillig afgebrande kapel ten behoeve van strategisch militair handelen in oorlogstijd. Het één kun je niet los zien van het ander. De Nederlandse Hervormde Mariakerk van Zwartsluis. Het geeft de historie van deze kerk wel een zeker karakter en schept een gevoel van een mystieke verbinding die alle oorlog en ellende overstijgt. Er is meer tussen hemel en aarde dan wij kunnen bevatten.

Een wenk vanuit de toren

De kleine klok uit 1606 in de toren slaat het volle uur, maar ik verkeer nog in het schemergebied tussen droom en realiteit, ergens buiten de tijd. De doordringende slag blijkt de opmaat naar meer. Nu lijken het beide klokken die hun jubel galmen alsof ze mij wakker willen schudden en toeroepen: “Klim omhoog de toren in en lees de woorden op de grote klok!” Deze werd in 1566 gegoten als onderdeel van 13 klokken voor de Oude Kerk in Amsterdam. Ligt de sleutel tot mijn stilaan gevormde hypothese dan verborgen in de opdracht de trappen in de toren te beklimmen en een blik te werpen op de grote klok? Het gevoel was haast dwingend. Met iedere trede omhoog deed ik een stap terug in de tijd, net zoals een blik in het universum een blik in het verleden is. Wie ging deze weg eerder bevangen met hetzelfde idee? Getuige het vele spinrag niet veel, misschien ben ik wel de enige. Hoe hoger ik kom…, en weer dat oogverblindende mysterieuze en leidende witte licht dat mijn hart sneller doet kloppen (foto 021). Niet vanwege de vele tredes maar van pure opwinding…”.

Pal naast de grote klok houdt het licht halt en werpt haar schijnsel op de zware klok. Ik zie de letters van de tekst, maar ook de afgebeelde figuur erboven. Ik wrijf nog eens goed in mijn ogen, maar zie het goed. Een hartverwarmende gloed trekt vanuit het fundament dwars door mij heen tot aan het haantje op de toren. Ik sta oog in oog met Maria en het Kind en voel de rechtstreekse verbinding met de aloude kapel. Hoeveel Maria’s moeten nog worden geopenbaard alvorens in te zien dat zij vanaf het begin verbonden is aan deze grond? Ook achter deze klokken gaat een boodschap van vrede schuil: deze grote klok werd namelijk in 1943 door de Duitse bezetter geroofd en keerde zwaar beschadigd terug. Hij werd in 1946 opnieuw gegoten plus dat er een scriptie aan werd toegevoegd die herinnert aan de oorlogsgeschiedenis: „In bangen oorlogstijd naar Duitschland weggevoerd…in den jare MCMXLVI”.

Door de galmgaten waaiert bij iedere slag een boodschap van vrede

Hoeveel signalen vanuit het Ongeziene zijn nog nodig? We leven aan het eind van 2025, het jaar waarin het 80 – jarig bevrijdingsfeest werd gevierd, het jaar ook dat bol stond van allesvernietigende oorlogen en oorlogsretoriek. De mens snakt naar algehele vrede tussen volkeren en religies. Hier lijkt voor de goede verstaander opnieuw een zaad te zijn geplant.

Ergens in de verte ontsnapt zacht orgelspel van het Rudolf Knolorgel uit 1796, engelen musiceren met snaar en fluit, David tokkelt op zijn harp in het ritme van het klokgelui. Licht vult de ruimte in de kerk. Zo zacht en golvend als het lied van vrede nadert zo licht en wiegend versterft zij ook weer in de eindeloze ruimte. Nu heerst de stilte. Ik ben terug in de werkelijkheid of in de droom, soms weet ik het niet meer. Vanaf mijn plek op de galerij zie ik beneden de kinderen die de kuip van de fraai gesneden houten preekstoel uit 1685 dragen. Ze zijn getooid met kransen vol bloemen en druiventrossen. Vanaf de kansel zendt Jacobus Strijdonck nog eenmaal met stille stem de Kerstboodschap de lege ruimte in: “Vrede op aarde en vrede in het hart van ieder mens”. Maria en het Kind kijken met liefde en mededogen vanuit de toren toe. Met iedere slag van de luidklokken waaiert hun zegen door de galmgaten uit over de omgeving…..en verder de wereld over het universum in en verbindt heden en verleden samen in een troostrijk nu.

Ik wens iedereen vredevolle Kerstdagen toe en dat het Licht van Kerst ieders weg in 2026 mag verlichten.

Herman Slurink, Zwartsluis