Galerie de natuur (Column Herman Slurink)
Geplaatst op: 4 februari 2026
Het kan niet op deze winter. Onderstaande fotoserie en beschouwing zijn een registratie van een uniek en kortstondige natuurverschijnsel, dat slechts bestaat zolang de omstandigheden het toelaten. Kijken we naar figuratieve of abstracte kunst? De handtekening onder deze werken komt vanuit het Ongeziene, de rest is aan de kijker.
Aan de oostzijde van de Grote Belterwiede zorgde een harde oostenwind en aanhoudende vorst voor de tweede keer deze winter voor een bijzondere ijsvorming langs de oever. Opgestuwd water en een snijdende kou kwamen samen in een tijdelijk landschap van wisselende ijssculpturen.
Deze keer dook Herman Slurink meer in de verborgen ijsvormen, kroop er als het ware met zijn lens in. De ontdekking van deze wonderlijke wereld voelde als het betreden van een tijdelijke kapel, zonder woorden, zonder uitleg. Zoals in een lege kerk bij het eerste licht van de dag, waar de ruimte zelf begint te spreken. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet.
Waar ruw water stilaan overgaat in verstilling
Er zijn momenten waarop het water besluit
zich niet langer te verzetten.
De wind stuwt het op, het ijs antwoordt.
Niet met tegenkracht, maar met vorm.
Aan de oostzijde van de Grote Belterwiede
vormt de oever van de weg een grensgebied.
Hier stroomt niets meer door,
veel ontstaat uit schijnbaar niets.
Ik buk, schuif en glijd dichterbij,
en kijk niet meer naar een oever
maar naar een binnenwereld.
IJsgrotten, rode aders, huiden van glas.
Mysterieus licht valt naar binnen
wat kwetsbaar is wordt opgenomen.
Het rood tekent lijnen
alsof er nog leven circuleert
onder deze verstilling.
Alsof de natuur zelf even laat zien
hoe kwetsbaarheid eruitziet
wanneer zij niet vlucht,
maar blijft.
Dit ijs wil niets bewijzen.
Het schreeuwt niet om aandacht.
Integendeel, het wacht.
Op licht.
Op dooi.
Op de blik van wie vertraagt.
Misschien is dat wat hier gebeurt:
een nieuwe schepping
die niet begint met beweging
maar ontstaat vanuit stilstand.
Een wereld die vastloopt
kan nog steeds vol belofte zijn
wanneer zij durft voor even te bevriezen
in plaats van te verharden.
Wie hier passeert,
ziet mogelijk niets bijzonders.
Maar wie knielt,
ziet dat zelfs het kleinste detail
een verhaal, een schoonheid draagt
dat morgen alweer verdwenen is.
En dat is genoeg.
Wat blijft is de verwondering,
dat wat uit schijnbaar ‘niets’ wordt gevormd
ook weer in het schijnbaar ‘niets’ verdwijnt.
Herman Slurink, 03-02-2026




