17 april 2026
Gebruikers online: 0

Pasen en de vraag die alles op zijn kop zet (Column Herman Slurink)

Geplaatst op: 4 april 2026 Gepubliceerd door: Enrico Kolk

Was het de tuinman? Wie liep daar ineens mee, op de weg naar Emmaüs? Wie stond daar plotseling, dwars door gesloten deuren heen, midden tussen de verslagen volgelingen? Wie verscheen uit het niets aan de oever, bij de vissers die niets meer verwachtten?

Dat was geen mens zoals wij die kennen. En toch… wie zegt dat zulke momenten vandaag niet meer bestaan?

Steeds meer bekruipt me de gedachte dat we al bijna tweeduizend jaar wachten op een “Koninkrijk dat komen zal” — terwijl het er allang is. Alsof we kijken, maar niet zien. Alsof het zich recht voor onze ogen afspeelt en we het toch missen. En ja, ik weet dat oorlog en geweld, haat en polarisatie alle aandacht opeisen. Maar als we niet oppassen en ons oog sluiten voor een hoopvoller geluid, dreigen we zelf gevangen te raken in die neerwaartse spiraal, worden we zelf gewelddadig in woord en gebaar. Dan verliezen we de tuinman, de vreemdeling onderweg en de geest van Pasen volledig uit het oog en hart.

Waarom hebben we eigenlijk een kaft om de Bijbel heen geslagen, alsof dit grootse verhaal af is? Alsof de levende werkelijkheid waar het over spreekt, netjes is opgeborgen in het verleden? Is die oorspronkelijke, sprankelende boodschap van opstanding, Licht en Liefde in de loop der eeuwen niet langzaam verstard? Doodgedacht, dichtgeregeld, begraven onder lagen van uitleg en theorie? Alsof de Liefde zelf steeds opnieuw wordt gekruisigd, toegedekt en verzwaard met een steen. Alsof deze nog steeds voor dat graf ligt.

En toch ligt de kern misschien verrassend dichtbij. Toen gevraagd werd waar dat Koninkrijk te vinden is, klonk het antwoord: niet buiten je, maar in je. Misschien is dat de sleutel die we telkens over het hoofd zien. Want zolang die onvoorwaardelijke Liefde niet via ons naar buiten stroomt, blijft dat Koninkrijk een belofte in plaats van een werkelijkheid. Dan kunnen we blijven wachten — eindeloos.

Aan het meer, na alles wat gebeurd was, wilde Petrus het liefst verdwijnen toen hij Jezus vanuit de verte zag aankomen. De schaamte van zijn ontkenning woog zwaar: hij had die Liefde verloochend… uit angst voor wat ‘de anderen’ wel zouden denken. Maar er kwam geen verwijt. Geen oordeel. Geen woede. Alleen een hand, zacht en nabij. En één vraag bleef tot drie keer toe terugkomen: “Heb je mij werkelijk lief?”

Geen ingewikkelde leerstellingen. Geen ondoorgrondelijke dogma’s. Geen opgeworpen drempels of dichtgetimmerde muren. Alleen die ene vraag. Eenvoudig. Direct. Onontkoombaar. Hoe bevrijdend is dit moment in de schepping. Want daarin ligt iets lichts, iets hoopvols, iets wat vertrouwen wekt. Iets dat pas echt betekenis krijgt als je het gaat leven.

Misschien is dat wel de stille kracht van Pasen. Niet iets om op te wachten, maar iets om te doen. Om te zijn. Een warme gedachte — juist in een tijd die voor velen zwaar voelt. Zoals de natuur zich in deze tijd opnieuw opent — knoppen die zwellen, licht dat terugkeert, leven dat zich niet laat tegenhouden — zo kan ook in ons iets nieuws beginnen. Diep gevoelde liefde laat zich uiteindelijk niet tegenhouden.

Wanneer we vertrouwen op die opgestane, voorgeleefde onvoorwaardelijke Liefde, mag er groei zijn, bloei, en een stille zekerheid dat wat dood leek, toch weer tot leven komt en ten diepste nooit dood is geweest. Vanuit die inspiratie kan ik ieder met een gerust hart een vrolijk Pasen wensen.

Herman Slurink