Spic en span — en nu de sluis nog open (Column Herman Slurink)
Geplaatst op: 18 april 2026
Wie vandaag langs de Grote Kolksluis loopt, ziet iets wat we lang niet meer gezien hebben: een plek die weer klopt. Schoon, verzorgd, met aandacht aangepakt. Geen verpaupering, geen schouderophalen, maar vakwerk en betrokkenheid. Het eindpunt van een indrukwekkende opknapbeurt komt in zicht — en dat is in de eerste plaats te danken aan de mensen die simpelweg begonnen zijn. Het eerste initiatief van Jeroen van Hasselt via Facebook en het vervolg daarop van Robert Jan de Vries.
De Kolksluis die niet dicht wil
Er zijn van die besluiten die op papier logisch klinken maar in de praktijk voelen als een klap in het gezicht. Het besluit van Rijkswaterstaat om de deuren van de Grote Kolksluis permanent gesloten te houden, is er zo één. Natuurlijk, waterveiligheid is geen bijzaak. Niemand in Zwartsluis zal beweren dat normen er voor de sier zijn. Maar wie alleen naar cijfers kijkt en niet naar mensen, mist de essentie van een plek.
De Kolksluis is geen stuk staal met een functie. Het is de plek waar verhalen binnenvaren. Waar kinderen op de brug hangen en turen naar wat er komt. Waar ondernemers hun brood verdienen en vrijwilligers hun ziel en zaligheid in stoppen. Het is, om het maar eens ouderwets te zeggen, de aorta van Zwartsluis. Knijp die dicht en je hoeft geen arts te zijn om te weten wat er gebeurt. Door geen onderhoud te plegen aan dit hart van Zwartsluis dreigde al een langzame dood. De eerste aanblik kreeg gaandeweg een beeld van verpaupering.
Geen rapport, geen beleidsnota, maar doen.
Ondernemers, middenstanders, verenigingen ,vrijwilligers, vakmensen. Mensen die hun handen uit de mouwen staken omdat ze het niet langer konden aanzien. Honderden manuren verder ligt er weer een Kolksluis die recht doet aan wat het is: het hart van Zwartsluis. De plek waar het dorp samenkomt, waar geschiedenis en toekomst elkaar raken. En laten we eerlijk zijn: dat contrast kan bijna niet groter.
Aan de ene kant een dorp dat investeert, organiseert en samenwerkt. Dat evenementen als de Sleepbootdagen en Zwartsluis Onder Zeil organiseert. Dat gevels opknapt, bloembakken ophangt en nieuwe energie aanwakkert. Aan de andere kant een Rijkswaterstaat dat zonder overleg besluit de sluisdeuren gesloten te houden. Permanent.
Waterveiligheid. Begrijpelijk. Onbetwistbaar soms, maar ook daarover kun je in gesprek, want ook het alternatief is niet veilig. En wie alleen dat verhaal vertelt, vertelt niet het hele verhaal.
Want een sluis is hier geen technisch kunstwerk alleen. Het is de levensader van een dorp dat groot geworden is met water. Sluit je die af, dan raakt dat niet alleen de recreatievaart, maar ook de ziel van het centrum. Ondernemers zien boten omvaren of rechtsomkeer maken. Bezoekers blijven weg. Wat overblijft is stilstand — en stilstaand water, zo weten we hier, is zelden een goed teken: dat rot.
Wat vooral wringt, is de manier waarop. Geen echt gesprek, geen gezamenlijke zoektocht naar oplossingen. Terwijl juist hier, op straatniveau, getoond wordt dat het óók zo kan: door samenwerking, praktisch en met resultaat!
En ergens, terwijl ik daar zo sta te kijken naar die opgeknapte sluis, dringt zich een gevoel op dat ik moeilijk kan negeren. Een déjà vu.
Twintig jaar geleden stonden Cor Baarda en ondergetekende hier namelijk ook. Dezelfde sluis, dezelfde achterstand, dezelfde frustratie richting overheden die vooral veel beloofden en weinig deden. Toen besloten we — samen met anderen — het anders aan te pakken. We hielden een spiegel omhoog. Met een verhaal, met beelden, met een schoonmaakactie ‘Clean Up Zwartsluis’ die het dorp in beweging bracht. En….. het werkte. Niet omdat we zo bijzonder waren, maar omdat Zwartsluis dat is. Omdat hier altijd weer mensen opstaan die zeggen: als het niet gebeurt, dan doen we het zelf wel.
En kijk nu.
We zijn twintig jaar verder, maar de reflex is hetzelfde. Nu doen het weer anderen. Mensen als Jeroen van Hasselt en Robert Jan en al die ondernemers en vrijwilligers eromheen. Dat is misschien wel het mooiste verschil: het zit inmiddels in het DNA van het dorp. Maar laat dat geen excuus zijn voor degene die verantwoordelijk is. Integendeel. Misschien is dit juist het moment waarop Rijkswaterstaat even stil moet staan.
Misschien moeten ze in Den Haag eens een dagje Zwartsluis doen. Niet voor een overleg in een vergaderzaal, maar gewoon buiten. Even over de brug lopen. Kijken naar wat er is opgeknapt. Praten met de mensen die hun vrije uren hebben ingeruild voor verf en schoonmaakmiddelen. Dan zie je geen dossier, maar betrokkenheid.
En ja — misschien dat zich dan toch een licht schaamrood aandient als je ziet wat er mogelijk is zonder ingewikkelde trajecten.
De sluis ligt er weer prachtig bij. Nu de deuren nog open.
Herman Slurink


