Nijmeegse Vierdaagse: een pas op de plaats (Column Enrico Kolk)
Geplaatst op: 1 juni 2026
“Ga je weer lopen?”, vroeg iemand gisterochtend, toen ik de deur uitstapte. Ik had net een dienst als organist in de Hervormde kerk van Zwartsluis erop zitten en mijn zondagse kleren omgewisseld voor een felgroen sportshirtje met daaronder een sportbroek.
“Dat is wel een ander tenue”, hoorde ik even later, vanaf een balkon. En inderdaad: ik was weer eens aan de wandel. Ik had mezelf tot doel gesteld om dit jaar elke dag zo’n beetje 10.000 stappen te lopen. Dat lukt, eerlijk gezegd, de ene keer beter dan de andere keer. Gisteren lukte het wel, in een mooi stukje Zwartewatersklooster.
De vraag of ik ging lopen had een diepere laag: of ik ook weer de Nijmeegse Vierdaagse ging lopen. Vorig jaar liep ik die immers ook.
In mijn laatste column daarover, geschreven op de finaledag, schreef ik: de komende 11 maanden doen we dit zeker niet nog een keer. Tel daar maar een paar maanden bij op.
Ondanks dat we begin dit jaar vol goede moed een ticket aanschaften, lukte het door tijdgebrek niet om voldoende voorbereidingen te treffen. Het lopen moet je er immers inhouden.
En ik probeerde het wel. Zo ging ik af en toe lopend naar de Grote kerk in Hasselt op zondagmorgen. Laatst nog liep ik een tocht van 17 kilometer. En dat was eigenlijk een test: hoe gaat het met het scheenbeen?
Vorig jaar liep ik immers scheenbeenvliesontsteking op tijdens de Vierdaagse, iets wat ik niemand kan aanraden. Gelukkig kwam ik er vrij vlot overheen, maar je kunt er lang last van houden.
Ook nu, na twee dagen achter elkaar meer dan 15 kilometer lopen, kreeg ik lichte last van mijn scheenbeen. Niet genoeg getraind om die overbelasting te voorkomen dus.
Afgelopen zaterdag zette ik mijn ticket dan toch maar te koop. Dit jaar geen Vierdaagse voor mij. Vanmiddag kreeg ik een mailtje: je ticket is verkocht. En alsof het symbolisch is: de mooie medaillehouder met daarin de medaille van vorig jaar, viel vlak voor die mail om.
Toch antwoordde ik bevestigend op de vraag of ik weer ging lopen. Ik heb nog zo’n mooie medaillehouder. Die blijft dit jaar nog leeg, maar wie weet wat de toekomst brengt.


