19 augustus 2026
Gebruikers online: 0

Sluziger ontkent poging om ex-vriendin te wurgen: ‘Gebakken lucht’

Geplaatst op: 11 juni 2026 Gepubliceerd door: Enrico Kolk

Hij gebruikte wiet, cocaïne en alcohol en dacht dat zijn vriendin vreemdging. En dus probeerde hij haar, in het bed van zijn nichtje, te wurgen. Dat is haar verklaring. “Allemaal gebakken lucht”, zegt een 31-jarige inwoner van Zwartsluis erover in de rechtbank, donderdagmiddag.

Eerder deed de politie twee oproepen om een getuige: een automobilist die de vrouw naar Zwolle bracht. Zij verklaarde bij de politie in paniek door de straten van Zwartsluis te zijn gerend, terwijl ze van angst in haar broek plaste. Die automobilist is gevonden, blijkt tijdens de rechtszaak.

De twee waren naar een kinderverjaardag gegaan op zaterdagavond 29 november. Die mocht even duren: in de vroege ochtend gingen de man en zijn toenmalige vriendin naar bed in het huis waarin ze op visite waren.

Daar lopen de verhalen uiteen. De man zegt niet geslapen te hebben en zijn vriendin weggestuurd. Zij vertelt wakker te zijn geworden van het gevoel dat ze gewurgd werd. En er zaten inderdaad twee handen om haar nek, verklaarde ze later.

De man doet het af als ‘een lulverhaal’. “Ik heb haar met geen vinger aangeraakt.” Dat hij boos was, ontkent hij niet. Zijn vriendin ging vreemd, is zijn verklaring. “Met Irakezen, Turken, daar gaat ze mee vreemd.”

Dat de vrouw striemen in haar nek en bloeduitstortingen in haar hals had, kan hij niet verklaren. “Ik heb het niet gedaan.” Wel stuurde hij haar boze berichten nadat ze uit het huis gegaan was.

“Je hebt een groot kankerprobleem met mij”, stuurde hij onder andere. “Dat had ik niet moeten sturen”, geeft hij nu toe. “Maar ik deed het omdat ik boos was.”

Het is niet de eerste keer dat de Sluziger voor de rechter staat. Meer dan tien jaar geleden werd hij al eens verwezen naar een inrichting voor stelselmatige daders. In 2024 gebeurde dat opnieuw.

Werk heeft hij nooit gehad, wel een uitkering. “Het is er nooit van gekomen”, reageert hij op de vraag van de rechter waarom hij niet werkt. Wel kwam hij al op jonge leeftijd in de criminaliteit terecht.

De officier van justitie wil dat hij drie jaar cel, waarvan een halfjaar voorwaardelijk opgelegd krijgt. Zijn advocaat vraagt om minder. In haar optiek is het halfjaar dat hij nu vastzit al voldoende.

De uitspraak is over twee weken.