Sluzigers varen door in laag water: ‘Wel goed opletten’
Geplaatst op: 1 augustus 2026
Er ontstaan strandjes die er normaal niet zijn.
“We komen straks misschien wel op een punt dat we bepaalde bestemmingen niet meer kunnen bereiken”, zegt Robin Geertman uit Zwartsluis. Hij vaart met de tanker Nomeva een stuk onder Straatsburg. Erg veel ruimte onder water heeft hij niet: soms maar 10 centimeter.
“De kribben die normaal helemaal of gedeeltelijk onder water staan, staan nu helemaal droog en er ontstaan strandjes die je normaal niet ziet. Verder is het drukker op de rivier omdat er nu meer schepen nodig zijn om hetzelfde volume te kunnen vervoeren”, vertelt hij.
Bram ter Stege uit Zwartsluis vaart als tweede kapitein op de Interceptor: een binnenvaarttanker. En dat is geen sinecure met de huidige waterstanden: veel speling is er niet. “Je moet wel goed opletten”, vertelt hij. Het schip is voor iets minder dan een kwart geladen ten opzichte van normaal.
“We hebben nu 20 centimeter ruimte over onder het schip”, vertelt hij. Normaliter is dat ruim meer dan het dubbele: zo’n 50 centimeter. “Het moet niet veel lager worden, anders kun je gewoon lopen in de rivier”, legt hij uit. Nu al kan de jonge Sluziger zijn hoofd boven water houden als hij door het water loopt. Het schip waarop hij vaart ligt namelijk iets meer dan 1,30 meter diep.
“Op plekken waar je normaal nog niet op de diepte van de rivier hoeft te letten, moet je dat nu opeens wel”, zegt Geertman. “Alle schepen, zowel opvarend al afvarend, zoeken nu de diepste plekken op waardoor je elkaar wel eens in de weg zit.”
Aan boord van de Nomeva is aanzienlijk minder vracht, veelal diesel, mee nu. “Met een ’normale tot hoge’ waterstand nemen we soms wel tot 3000 ton mee. Nu hebben we de laatste reis door de lage waterstand maar 550 ton mee kunnen nemen. Omdat het schip anders te diep komt te liggen.”
Door ervaring en scholing weet hij wel waar de ondiepste plekken zitten. “Daar laad je het schip op af. En grof gemeten wordt de rivier steeds droger naarmate je verder stroomopwaarts komt.”
Varen gaat op een voorspelling van de waterstanden, legt hij uit. “Omdat we eerst nog twee dagen onderweg zijn voordat we daar daadwerkelijk zijn. Je probeert een minimale marge aan te houden, omdat de voorspelling natuurlijk altijd af kan wijken.”
Hij verwacht nog wel een tijdje door te kunnen varen. “Maar als het water steeds een beetje blijft zakken dan kunnen we wel minder ver komen. Straatsburg zou bijvoorbeeld volgende week wel eens onbereikbaar voor ons kunnen worden. En zolang er geen regen valt in het zuiden van Duitsland, gaat het water nog niet stijgen.”


