11 september 2026
Gebruikers online: 0

Bloemencorso Sint Jansklooster: The Day Before (Column Herman Slurink)

Geplaatst op: 22 augustus 2026 Gepubliceerd door: Enrico Kolk

De dag na het corso is het stil in Sint Jansklooster.
De bloemen zijn weer opgeruimd, de laatste bierbekers verdwenen in de afvalbakken en een laatste vreugdekreet lost zich al wiegend op ergens tussen de sterren. De duizenden bezoekers zijn huiswaarts gekeerd en gaan over tot de orde van de dag. Alleen in de hoofden van de bouwers dendert het feest nog een beetje door. Want hoe je het ook wendt of keert: maandenlang leef je ergens naartoe en dan is het ineens voorbij. Of toch niet.

Ik mocht dit jaar deelgenoot zijn van een gebeuren wat de meeste bezoekers op de vrijdag nooit te zien krijgen. Dit verhaal gaat niet over het corso of de reacties rond het parcours maar over The Day Before. De dag dat de stoeltjes rijenlang nog leeg en eenzaam langs het parcours staan. Een column als medicijn tegen het heimwee van wat weer voorbij is.

Gehoor gevend aan een verzoek van mijn neven om te helpen, schoof ik samen met mijn zwager Ap Mooiweer aan bij een van de lange tafels in een boerenschuur. Het gezin is al bijna een levenlang betrokken bij het Bloemencorso en staat aan de basis van Corsogroep The Next dat al ruim 25 jaar actief is. Een Sluziger onder Kloosterboeren en dat voelt wel heel vertrouwd. In het Wiedenland is de hemel doorgaans niet ver.

Mijn taak was snel geleerd. Voorprikken heet het. Voor de leek betekent dat vermoedelijk: een paar bloemetjes aan een wagen prikken. Dat klopt ongeveer net zo goed als zeggen dat een olifant een groot soort konijn is. Prikken tot je vingers blauw of paars zien.

Achter de schuur staat een enorme tent. Daarin wordt een bouwwerk opgetrokken dat je eerder voor een futuristisch pretpark dan voor een corsowagen zou aanzien. Zes verdiepingen steigerwerk, met trappen die als een Jakobsladder naar een verre hoogte leiden. Op iedere verdieping zijn mensen bezig. Je weet niet waar je kijken moet. Benen staken onder schotten vandaan. Iemand lag languit op zijn rug, alsof hij onder een auto lag te sleutelen, maar was in werkelijkheid bezig een reeks dahlia’s door vijf lagen krantenpapier te prikken. Precisie in optima forma.

Ik klom alle verdiepingen op en verwonderde mij meer en meer. Niet omdat de trappen zo hoog waren, maar omdat ik steeds opnieuw dacht: hoe krijgen ze dit straks in vredesnaam door het dorp? Vanaf de grond zie je een enorme wagen. Van dichtbij zie je iets heel anders. Je ziet honderden mensenhanden, je ziet karton, jaargangen oude kranten, staal, hout, bloemen, verf, poeder, spijkers, glitters, lijm en vooral heel veel geconcentreerde gezichten. Je ziet iemand aanwijzingen geven, een ander voert ze onmiddellijk uit, jongeren naast ouderen.

Op het eerste gezicht lijkt het een volmaakte geordende chaos. Maar het is helemaal geen chaos. Ieder kent zijn taak. En juist daarin zit misschien wel de grootste schoonheid van dit hele gebeuren. De een prikt. De ander schildert. Weer een ander sjouwt. Er wordt koffie gebracht, een koekje erbij, frisdrank, een snack. Er wordt gelachen en geouwehoerd. Er worden herinneringen opgehaald. Er heerst een sfeer van een reunie. Oude bekenden vallen elkaar na lange tijd weer in de armen. En ergens tussen twee dahlia’s door blijkt dat het leven soms vreemde afslagen heeft genomen. Een oude liefde staat ineens weer voor je. Je herkent elkaar onmiddellijk. Misschien zit er in een paar ogen nog ergens een klein waakvlammetje van wat ooit een groot vuur was. Maar het lot besliste anders. Dus prik je maar weer een bloem. Ook dat is het leven.

Intussen gaat het werk gewoon door. Zo’n vierhonderd mensen zijn deze laatste dagen bezig om de wagen op tijd klaar te krijgen. In totaal worden er rond de 350.000 dahlia’s verwerkt die drie keer door de vingers gaan. De competitie met de andere 11 corsogroepen vereist een steeds meer professionelere aanpak. Waar ligt de grens van het mogelijke?

En dan zijn er de jongeren. Veel scholieren zijn deze dagen vrij om mee te helpen. In het noorden zijn de scholen alweer begonnen en dus waren er nogal wat leerlingen van het Agnieten College uit Zwartsluis. De Kloosterlingen kregen gewoon vrij, sommige buitenstaanders meldden zich simpelweg ziek en stonden even later 100% fit aan de werktafel.

Dat leverde een prachtig moment op toen, even na vieren, het complete lerarenteam vanuit Zwartsluis de resultaten kwam bekijken en de enkele spijbelaar met een knipoog begroette. Daar stonden ze. Docenten en leerlingen. Niet tegenover elkaar in een klaslokaal, maar naast elkaar tussen de dahlia’s. En ineens begreep ik weer waarom dit soort volkscultuur zo belangrijk is. Want hier leer je dingen die niet in een lesboek staan: Samenwerken, organiseren, vooruitkijken, verantwoordelijkheid nemen, dienen, leidinggeven. En misschien nog wel het belangrijkste: ervaren dat je onderdeel bent van iets dat groter is dan jezelf.

Ik moest onwillekeurig denken aan Den Haag, aan onze Eerste en Tweede Kamer. Misschien moeten we daar volgend jaar eens een bus voor laten rijden. Allemaal naar Sint Jansklooster en twee dagen voorprikken. Geen interruptiemicrofoons. Geen verkiezingsprogramma’s. Geen camera’s en vooral geen ego’s. Af en toe een goede mop en tussendoor een lekkere vette snack vers van het boerenland. Ik durf er bijna een weddenschap op af te sluiten dat men na twee dagen iets dichter bij elkaar staat dan ervoor. Want hier blijkt dat een samenleving helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn.

Misschien is dat wel de reden waarom het Bloemencorso van Sint Jansklooster zoveel meer is dan een optocht met grote wagens. Het is volkscultuur in de meest oorspronkelijke betekenis van het woord. Geen voorstelling die voor het publiek wordt opgevoerd, maar een gemeenschap die zichzelf even opnieuw uitvindt. Dat is ook wat mij trof aan het thema van The Next dit jaar: EXOOT.

Wat wij achterlaten in Moeder Natuur verdwijnt niet, het verandert. Het ontkiemt er in stilte. Vreemd en onverstoorbaar. Tot het ons aankijkt in een vorm die wij niet herkennen. Hoort alles wat groeit hier wel thuis?

Ik heb de wagen van heel dichtbij gezien. En misschien is dat wel de mooiste manier om zo’n thema te begrijpen. Van een afstand zie je een sprookjesachtig geheel. Van dichtbij zie je duizenden afzonderlijke onderdelen. Een bloem hier, een spijker daar. Een hand, een hoofd, een paar benen, een gulle lach, een herinnering, een oude liefde, een scholier, een opa, een buurman, een neef, een zwager…

Honderden mensen die afzonderlijk misschien helemaal niets bijzonders lijken te doen, maar die samen iets maken wat geen van hen alleen zou kunnen maken. Dat is geen geordende chaos. Dat is samenleving. En dan ineens staat daar, midden in die boerenschuur, tussen al die bloemen en mensen, een maquette met daarachter een gedachte die misschien veel groter is dan het corso zelf:

Hoort alles wat groeit hier wel thuis?

Ik denk van wel. Zolang we maar samen blijven groeien. En dus was ik er deze week niet alleen om een paar dahlia’s voor te prikken. Ik mocht even kijken achter de schermen van een wonder. The Day Before. De dag waarop de toeschouwer nog nergens iets van ziet. De dag waarop Sint Jansklooster nog geen corso heeft. Maar waarop het mooiste eigenlijk al begonnen is.

Herman Slurink