17 januari 2019 Gebruikers online: 4
Agenda
Active creations

De christelijke mavo (column Erik Driessen)

Geplaatst op: 17 januari 2017

“Vanaf vandaag is het verboden om de adem in te houden”, had directeur Van der Beek op het grote bord in de hal van de christelijke mavo geschreven. De afgelopen weken was er een competitie ontstaan in wie het langste zijn adem kon inhouden. Een meisje raakte daarbij onwel en dus moest Van der Beek ingrijpen. Of er ooit nog iemand langer dan strikt noodzakelijk zijn adem hield, durf ik niet te zeggen. Wel dat iemand voor een paar grijpstuivers zijn hoofd liet kaal scheren en vervolgens een paar weken mocht inrukken. Met de groeten van dezelfde Van der Beek.

Het zijn zomaar wat herinneringen die vaak bij me opkomen als ik over de provinciale weg rijd en links dat prachtige Mavo-gebouw zie liggen. Dan ruik ik de geur van dat sympathieke schoolfabriekje. Ik hoor de lach van scheikundeleraar Van der Kooy, ik zie de rode spencer van Cees van Ommeren en de strenge, docht rechtvaardige blik van wiskundeleraar Wijnbergen. Een lokaal verderop gaf Leo Kaan zijn briljante geschiedenislessen. Kaan imiteerde op weergaloze wijze groten uit de wereldgeschiedenis.

Kwam je die twee lokalen uit dan kon je rechtdoor naar het kantoortje van conciërge Smit, die links in de pauze ook nog een soort van bar runde. Met Pepsi-cola in flesjes met licht verroeste doppen. Ging je rechtsaf dan kwam je in het muzieklokaal, waar ik leerde dat het ritme van reggae klinkt als ‘oeke-takke’. Even daarvoor kon je een trap op en kwam je in het domein van de heren Bos en Gelling. Ze gaven les in de periode dat minimaal zo markante figuren als Bosman, Sibma, Rijpkema, Elferink, Palfenier en Koning er rond liepen.

Je had dat merkwaardige noodgebouw, met die kachel waarop je maar beter geen tas kon zetten. Al stond op de meeste tassen dat die bij brand konden blijven staan. Rook was er ook in het fietsenhok, gevuld met indrukwekkende Kreidlers en andere brommermerken. Dat er in de wereld zwaardere drugs dan nicotine bestonden, wist volgens mij niemand. Zo was er meer onbekend. Meisjes droegen coltruien tot onder de neus. Het leven leek zonder zorgen. Of het moest die penibele 5,45 voor pakweg economie zijn.

Een donkere kant was er ook. Zwarte schapen werden onderweg naar huis in elkaar geslagen. Bosman overleed tijdens een schaatstocht naar Belt-Schutsloot. Op de dag dat ik voor het eerst dronken was. Ik kon niet schaatsen, moest daarom met wat andere klunzen naar het waterdorp lopen, ontdekte hotel de Belt en dronk meer bier dan goed voor me was. Na het onheilstelefoontje was ik op slag nuchter. Welkom in de wereld.

Mijn mavodagen zijn bijna dertig jaar oud, hoewel het lijkt alsof ik gisteren rondliep in dat prachtige gebouw aan de kolk. In februari doet de slopershamer zijn werk. Een karakteristiek pand krijgt geen kans om tot historisch gebouw uit te groeien. Omdat er asbest in zit. Als ik over een paar jaar over de provinciale weg rijd, zie ik vermoedelijk een paar twee-onder-één-kappers of een bungalow met een buitenkeuken.

Economie wint het van geschiedenis.

Gepubliceerd door Erik Driessen

Eén reactie op “De christelijke mavo (column Erik Driessen)”

  1. Kees schreef:

    Jammer dat de inwoners van Zwartsluis niks tot weinig in te brengen hebben over hou hun woonplaats er uit ziet. Het gaat de hoge heren alleen om de waarde van de grond. Maar iets cultureels wordt jammer genoeg niet aan gedacht. Waarom maken ze er geen stuk openbaar groen van? Het is te betreuren dat Zwartsluis steeds meer haar identiteit en historie verliest.

Aquaservice