22 juni 2024 Gebruikers online: 29
Agenda
Active creations

Wegdromen bij een tweede liefde (column Herman Slurink)

Geplaatst op: 9 augustus 2023

De kogel is door de kerk, ik geef het ruiterlijk toe. Het hoge woord is er uit. Ik ben tot over mijn oren verliefd… en mijn vrouw vindt het nog goed ook. Het moest er een keer van komen na al die ‘eenzame’ zwerftochten in de ‘Kop’. Hoe vaak lachte ze mij al toe, sluiks tussen het wuivend groen of dartel badend onder een stralende zon.

Weerspiegeld in het water nadert zij de volmaakte schoonheid: de schepping is voltooid. De laatste tijd volg ik haar sierlijke bewegingen op de voet en vergeet de wereld om mij heen. Platweg gezegd is het gewoon een lekker stúk, ofwel een Kopstuk om in de sfeer te blijven.

Ook vanmorgen was ze weer aanwezig met talrijke soortgenoten, alsof engelen je weg begeleiden. Door alle aandacht die ze trekt opent ze mijn ogen voor bijzondere werelden op het wateroppervlak en haar lokroep leidt mij door een jungle van brandnetels en doorns.

Om haar schoonheid te vereeuwigen sluip ik stilaan naderbij maar krijg geen tijd om de camera stil te houden. Blinde hazen en ander ongedierte zuigen zich aan mij vast, het is niet te harden, toch hou ik vol. De drang is sterker dan het leed. Kleddernat van weer een bui vormt het water een sluier voor mijn ogen, wat een zomer. Niet veel later verblindt de zon de blik op mijn geliefde en vormt zich een volkomen nieuwe wereld: De samensmelting van kolossale wolkpartijen, de fel blauwe lucht en de weerspiegeling in het stille heldere water doen je als het ware in een spiegel van verbeelding kijken. Wat je ziet is niet de werkelijkheid…. of toch wel? De wereld op z’n kop. Kijken in een spiegel vol raadselen. Los van het bestaan, verwondering.

Felle steken en het ononderbroken muggengezoem rondom mij herinneren weer aan het  onvolmaakte…. en dat is maar goed ook want zonder donker verliest het licht haar waarde.

Langzaamaan dringen de buitengeluiden weer tot mij door. Een zwanengezin trekt met een vriendelijk knikje traag voorbij. Het is maar wonderlijk gesteld met de liefde voor een waterplant….. ik word er lyrisch van:

 

Alleen al het vermoéden

dat er ‘Iéts’ is

waaruit het schone voortkomt

is voldoende

om een leven lang

daarnaar te zoeken.

Iets van dat ‘Iets’

ontvouwt zich

openbaart zich

in de maagdelijke schoonheid

de blanke open armen

van de waterlelie.

Met rietpluis aan de sokken en onder de bulten en sporen van bloedzuigers vreesde ik bij thuiskomst als melaatse buiten de dorpsmuren te worden gesmeten. Niets was minder waar.

Slechts één vraag klonk: ‘Met je nieuwe liefde in het riet gelegen?”

Herman Slurink

Gepubliceerd door Robert Jansema
Aquaservice